ID-Fisc Bedrijfsadviseurs - 09/369 34 63Dendermondesteenweg 121 - 9230 Wetteren

logo
Koen Van der Stuyft

22-06-2017

Een faillissement vermijden, begint bij de start van uw bedrijf

Koen Van der Stuyft

Een goede start kan wel degelijk helpen om tegenvallers op te vangen en het risico op een faillissement te verkleinen.

Ondernemen is vallen en opstaan. En nog eens struikelen, en weer rechtkrabbelen. Maar hoezeer we ook kunnen leren van de geroemde mentaliteit van Silicon Valley (waar een faillissement op het palmares bijna een must have lijkt), dat is nog geen pleidooi om zo snel mogelijk tegen een blinde muur te knallen.

Een goede start kan wel degelijk helpen om tegenvallers op te vangen en het risico op een faillissement te verkleinen.

Daarom vroegen we aan drie experts die vaak geconfronteerd worden met ondernemers die kopje onder dreigen te gaan of al failliet gingen, welke lessen zij uit al die verhalen en cijfers trekken.

1. Denk op voorhand goed na over uw business, en wat die zal opbrengen
De basisvoorwaarde om niet failliet te gaan: rendabel zijn. Tja, daarmee is alles en niets gezegd. ‘Kies de juiste niche’, zo verwoordt Olivier Delaere het, directeur van de organisatie Dyzo, die ondernemers in moeilijkheden bijstaat. Het klinkt als een open deur, maar ‘veel zelfstandigen beginnen in een sector die al overbevist is’, merkt hij. Het ligt al niet voor de hand iets voldoende nieuws te vinden, of te beginnen in een regio waar nog geen concurrentie is. En veel starters zijn dan nog wat verblind door hun enthousiasme. ‘Toets je idee af bij een voldoende divers publiek’, zegt Delaere.

Karen Boers van Startups.be zit op dezelfde lijn: ‘Veel kandidaat-starters hebben veel tijd gestopt in het ontwikkelen van een product en het zoeken van investeerders, maar weten niet wie hun klanten zullen zijn. Laat staan wat die willen, waarvoor ze bereid zijn te betalen, en hoeveel. Ze praten eerder met venture capitalists dan met potentiële klanten.’ Startups.be krijgt doorgaans veeleer hooggeschoolde mensen over de vloer. ‘Ook bij hen is de natuurlijke reflex te denken dat iedereen naar de wereld kijkt zoals zij. Maar vaak is een probleem dat ze denken te gaan oplossen voor veel mensen niet zo dwingend, of verwachten potentiële klanten een andere oplossing.’

‘Als de parkeerplaats naast de deur van het bedrijf voor de directeur is, is dat een veeg teken’, vindt Eric Van den Broele, onderzoeksdirecteur bij het handelsinformatiekantoor Graydon. ‘Dan vraag ik me meteen af of dit bedrijf de klant écht centraal zet. Dat is nochtans een must, en je zal er veel mentaal krediet mee kweken.’ Dus, hebt u doorgedacht over uw businessmodel? Doorstaat u hoog- én laagseizoen? Zal uw klantenbestand ruim genoeg zijn?

‘En blijf niet teren op één geniaal idee van de oprichter’, waarschuwt Van den Broele. ‘We zien de jongste jaren een tendens dat meer en meer oudere bedrijven, die al meer dan 25 jaar bestaan, toch nog failliet gaan. Typisch ligt een gebrek aan nieuw bloed en nieuwe ideeën aan de basis.’

2. Besteed voldoende aandacht aan de centen
‘Starten zonder geld gaat niet’, zegt Delaere. Hoeveel geld dat moet zijn, hangt sterk af van de activiteit, maar in veel gevallen is het wettelijk vereiste minimum te krap. ‘Negen op de tien ondernemers in nood die bij ons aankloppen, zijn mensen die een paar jaar bezig zijn en één tegenslag al niet meer kunnen opvangen, zoals een slechte betaler of enkele weken wegenwerken voor de deur. Dan spring je met 6.200 euro aan volgestort kapitaal niet ver.’

‘Maak dat het startkapitaal zoveel mogelijk van jezelf komt, aangevuld met geld van ‘friends & family’. En vooral: reken zo weinig mogelijk op leningen’, voegt Van den Broele eraan toe. ‘Ook als je al even bezig bent, zal je trouwens maar een lening krijgen als je nog eigen vermogen hebt.’ Het is jammer dat veel ondernemers hun familieleden en vrienden niet durven aan te spreken en te overtuigen, vindt Delaere: ‘Een win-winlening, bijvoorbeeld, kan mogelijkheden scheppen.

’Hoe moeilijk ook om er bedragen op te plakken, sommige adviseurs hanteren als vuistregel dat u zo snel mogelijk moet maken dat het eigen vermogen minstens één derde van het totale passief (eigen vermogen, bankkredieten, openstaande vorderingen van leveranciers) beloopt.

‘Ook de groei zal je voor een groot stuk zelf moeten financieren’, houdt Van den Broele voor. Dat wil zeggen: sparen, winst in het bedrijf houden, een reserve opbouwen.

Dat vergt een strikte opvolging van kosten en inkomsten, en laat veel zelfstandigen daaraan nu net een broertje dood hebben. ‘We zien het geregeld’, bevestigt Delaere, ‘dat het weken duurt voor een factuur verstuurd wordt, of dat ze blijft liggen als de klant een opmerking had. Dan blijkt bijvoorbeeld bij een ondernemer die het moeilijk heeft, dat hij nog 20.000 euro te goed heeft van een opdracht van twee jaar geleden… Ga achter je centen aan!’

‘Wees transparant’, voegt Van den Broele eraan toe. ‘Als kleine onderneming heb je de keuze een jaarrekening volgens het verkorte schema in te dienen, of zelfs ultraverkort. Bedenk dan wel dat je bijna automatisch minder vertrouwen krijgt van leveranciers, banken en klanten…’

Startkapitaal vinden is vaak niet meer zo’n probleem, merkt Boers, ‘maar een voldoende kasstroom genereren wél. De tijd tussen geld uitgeven en geld binnenkrijgen - van klanten, maar ook bijvoorbeeld subsidies - is bijna altijd véél langer dan men had ingeschat. Over de cashflow zijn al veel bedrijven gestruikeld, en het probleem wordt er niet minder op als u groeit. Dan moet u bijvoorbeeld al extra mensen gaan aanwerven voor een opdracht waarvan u volgend jaar de centen pas zal zien. En een overbruggingskrediet krijgt u als jong bedrijf niet makkelijk. Probeer dus zelf een buffer op te bouwen en durf het gesprek aan te gaan over (grotere) voorschotten.’

3. Laat u bijstaan door goede professionals
‘Kies een goede boekhouder’, zegt Delaere. Lees: iemand die kritisch met u meedenkt, die u geregeld laat meekijken naar uw cijfers, die tijdig de alarmsignalen opmerkt en u waarschuwt. ‘Vaak kiest een startende ondernemer gewoon de boekhouder met wie zijn vader al werkte, of de goedkoopste, of dichtstbijzijnde.’ Hij wijst erop dat veel boekhoudkantoren een specialisatie hebben opgebouwd door zich te focussen op klanten die in een beperkt aantal sectoren actief zijn.

‘En kies een goede advocaat’, zegt Boers. ‘Contracten ‘in goed vertrouwen’ werken, tot er een breuk in de verstandhouding komt. Dan heb je alsnog een advocaat nodig om uit het dispuut te raken. Zonder waterdichte contracten kan het met een starter plots heel snel afgelopen zijn. Omdat bijvoorbeeld een leverancier met kennis aan de haal gaat die niet goed beschermd was, en zelf ‘jouw’ product op de markt brengt. Het is geen fictief voorbeeld, en een starter overleeft zulks niet. Een starter ‘doet maar wat’ in veel gevallen. Maar net in het begin kan je de hulp van professionals goed gebruiken.’

En natuurlijk moet u zelf ook uw verstand erbij houden. ‘Er is veel startersbegeleiding, en goede startersbegeleiding, maar niemand kan je verbieden een zaak op te richten’, merkt Delaere op.

4. Laat problemen niet aanslepen
Is het niet willen zien, niet kunnen zien, niet durven te zien? Achteraf bekeken is de conclusie vaak dat men het faillissement eigenlijk al mijlenver zag aankomen. Of dan blijkt dat de zaak wel goed leek te draaien, maar bij nader toezien te goedkoop en niet duurzaam rendabel werkte.

‘Is het onbekwaamheid met cijfers of een kwestie van negeren? Velen blijven doordoen, hoewel ze beseffen dat er iets niet klopt’, vertelt Delaere. ‘Voortploeteren, bij gebrek aan alternatief vaak, omdat ze geen vangnet hebben of vrezen te oud te zijn om nog een baan in loondienst te vinden.’

Sinds enkele jaren moeten boekhouders en accountants het aan de klant proactief signaleren als er knipperlichten gaan branden. En als de klant niet adequaat reageert, kan de boekhouder de rechtbank van koophandel aanschrijven om dit te melden. Uiteindelijk blijft de bedrijfsleider zelf wel verantwoordelijk.

‘De beroepsinstituten sensibiliseren hun leden sterk om te evolueren naar een proactieve dienstverlening, in plaats van louter de cijfers in rekenbladen over te tikken, maar die mentaliteitswijziging gaat trager dan ik had gehoopt’, zegt Delaere. Uit onderzoek is al meermaals gebleken dat veel zelfstandigen maar één keer per jaar met hun boekhouder om de tafel gaan zitten, en dan vaak nog louter pro forma, om hun handtekening te zetten.

‘Wat we ook vaak zien’, geeft Delaere nog mee, ‘is dat ondernemers niet goed aanvullend verzekerd zijn. Minstens één vorm van aanvullend pensioen en een verzekering gewaarborgd inkomen vind ik essentieel.’

Bron: Netto
Copyright De Tijd

Blijf op de hoogte van het belangrijkste fiscale nieuws, via de ID-Fisc nieuwsbrief!