ID-Fisc Bedrijfsadviseurs - 09/369 34 63 Oordegemkouter 24 - 9340 Oordegem

logo
Koen Van der Stuyft

08-06-2017

Hoe beïnvloedt uw gezinssituatie uw belastingaangifte?

Kinderen ten laste of niet? Het betekent al gauw een verschil van ettelijke honderden euro’s. Dat alleen al is een goede reden om vak II van uw belastingaangifte minutieus in te vullen.

22 mei 2017 06:20 - Roxana Sedevcic - Bron: De Tijd

Het tweede vak op uw belastingaangifte gaat niet toevallig over uw gezinssituatie. Of u al dan niet een partner hebt, bepaalt of u alleen of een gezamenlijke belastingaangifte moet indienen. De belastingberekening verschilt maar heel weinig voor alleenstaanden en koppels, maar voor gehuwden en wettelijk samenwonenden zijn er wel nog een aantal privileges. Het bekendste is het huwelijksquotiënt, dat de belastingfactuur tempert voor koppels waar een partner weinig of niet werkt.
Ook kinderen of andere personen ten laste zijn voordelig. Kinderen mogen dan al handenvol geld kosten, ouders betalen dankzij hun kroost minder belastingen.

Het spreekt voor zich: een single vult de belastingaangifte alleen in. Of koppels al dan niet samen een aangifte indienen, hangt af van de manier waarop ze hun relatie hebben vormgegeven. Gehuwden en wettelijk samenwonenden vullen samen één belastingaangifte in. De inkomsten van de man moeten in de linkerkolom, die van de vrouw in de rechterkolom. Bij partners van hetzelfde geslacht vult de oudste de linkerkolom in.

Een uitzondering op de regel is het jaar van het huwelijk of de wettelijke samenwoning. Wie in de loop van 2016 zijn jawoord heeft gegeven, moet nog één keer een aparte belastingaangifte indienen. Pas vanaf het inkomstenjaar 2017 zullen de partners een gezamenlijke aangifte kunnen indienen.

Uit de echt of van tafel en bed gescheiden partners worden onmiddellijk alleen belast. Weet dat de fiscus geen rekening houdt met de datum van het vonnis van de echtscheiding, maar wel met de datum waarop het vonnis in de registers van de burgerlijke stand is overgeschreven. Ook de beëindiging van wettelijke samenwoning heeft een directe uitwerking. Wie in de loop van 2016 feitelijk gescheiden is, moet wel nog een keertje een gezamenlijke aangifte indienen.

Feitelijke samenwoners - die op hetzelfde adres wonen zonder verdere formaliteiten - zijn voor de fiscus alleenstaanden. Elke partner vult een eigen belastingaangifte in.

Iedere belastingplichtige heeft recht op een zogenaamde belastingvrije som. Dat is het deel van uw inkomen waarop u geen belastingen betaalt. De belastingvrije som bedraagt in principe 7.130 euro, wat een belastingbesparing van 1.782,5 euro oplevert.

Mensen met een belastbaar inkomen onder 26.510 euro krijgen een verhoogde belastingvrije som van 7.420 euro, wat een belastingbesparing van 1.855 euro oplevert. Voor elke euro boven het grensbedrag van 26.510 euro krijgen ze één euro minder van het verhoogde basisbedrag van de belastingvrije som, tot het basisbedrag van 7.130 euro bereikt is. Zo krijgt iemand met een belastbaar inkomen van 26.511 euro een belastingvrije som van 7.419 euro. Bij een belastbaar inkomen van 26.799 euro wordt de belastingvrije som 7.131 euro. Vanaf een belastbaar inkomen van 26.800 euro krijgt u het gewone basisbedrag van 7.130 euro.

Voor kinderen ten laste krijgt u een toeslag op de belastingvrije som. Een groter deel van uw inkomen ontsnapt aan belastingen, waardoor u dus nog minder belastingen betaalt.

Er wordt niet alleen rekening gehouden met natuurlijke kinderen. Ook pleegkinderen, ten volle geadopteerde kinderen en kinderen van uw partner kunnen fiscaal te uwen laste zijn. Een gehandicapt kind (meer dan 66 procent) telt voor twee kinderen.

De toeslag op de belastingvrije som stijgt naargelang het aantal kinderen:

Voor 1 kind: 1.520 euro;

Voor 2 kinderen: 3.900 euro;

Voor 3 kinderen: 8.740 euro;

Voor 4 kinderen: 14.140 euro;

Voor elk kind boven het vierde: 5.400 euro.

Alleenstaande ouders en feitelijke samenwoners die één of meer kinderen ten laste hebben, krijgen een supplementaire verhoging van de belastingvrije som van 1.520 euro.

Voor elk kind jonger dan 3 jaar voor wie u geen kosten voor de crèche of onthaalouder aftrekt, krijgt u een verhoging van de belastingvrije som van 570 euro. Denk maar aan kinderen die u zelf opvangt of die bij de grootouders terecht kunnen.

Ook al heeft een kind twee ouders, toch kan het maar fiscaal ten laste zijn van één ouder. Welke ouder het voordeel krijgt, hangt af van de relatie van de ouders.

Gehuwde en wettelijk samenwonende ouders De verhoging van de belastingvrije som gaat automatisch naar de ouder met het hoogste belastbare inkomen. Bent u in 2016 gehuwd of wettelijk gaan samenwonen? Omdat u nog één keer elk afzonderlijk een belastingaangifte moet indienen, moet u zelf beslissen wie van beiden het kind ten laste neemt.

Bij de code 1030 geeft u het aantal kinderen aan dat fiscaal ten laste is in het gezin. Het aantal kinderen jonger dan drie jaar voor wie geen opvangkosten worden afgetrokken, moeten ook vermeld worden bij code 1038.

Feitelijke samenwoners

De kinderen zijn ten laste van de ouder die aan het hoofd van het gezin staat. Wie dat is, kunt u zelf bepalen. Voorwaarde is dat het om een natuurlijke ouder gaat of dat de ouder minstens de helft van de onderhoudskosten betaalt. Fiscaal voordelig is om hier te opteren voor de partner met het hoogste belastbaar inkomen. U vult het aantal kinderen in bij de code 1030, de kinderen jonger dan drie jaar voor wie u geen opvangkosten aftrekt, geeft u bijkomend aan bij de code 1038.

Tal van kinderen wonen na een relatiebreuk beurtelings bij elke ouder. Onder strikte voorwaarden kan er ook sprake zijn van fiscaal co-ouderschap. Het kind is dan officieel fiscaal ten laste van één ouder, maar elke ouder krijgt de helft van de toeslag op de belastingvrije som. De hoogte van die toeslag wordt bepaald zonder rekening te houden met eventuele andere kinderen in het gezin en wordt vervolgens gehalveerd. Bij bijvoorbeeld twee kinderen onder co-ouderschap krijgt u de helft van de toeslag voor twee kinderen. Die helft wordt gevoegd bij een eventuele vrijstelling voor andere kinderen ten laste.

Elke co-ouder kan de volledige toeslag van 1.520 euro krijgen voor een alleenstaande ouder met kinderen ten laste. De toeslag voor kinderen jonger dan 3 jaar voor wie u geen uitgaven voor opvang aangeeft, krijgt een co-ouder maar voor de helft: 285 euro.

Wat zijn de voorwaarden voor fiscaal co-ouderschap?

Fiscaal co-ouderschap kan alleen maar als geen van beide ouders onderhoudsuitkeringen voor dat gemeenschappelijke kind opneemt in zijn belastingaangifte (zie blz. 46).

Voorts moet de gelijkmatig verdeelde huisvesting vastgelegd zijn in een beslissing van de rechter of in een overeenkomst die u samen hebt opgesteld. Die overeenkomst moet ofwel geregistreerd zijn, ofwel door een rechterlijke beslissing zijn gehomologeerd. Er moet expliciet vermeld zijn dat beide belastingplichtigen bereid zijn de belastingvrije toeslag onder elkaar te verdelen.

De beslissing of overeenkomst moet dateren van uiterlijk 1 januari 2016 als u in deze belastingaangifte het fiscaal co-ouderschap wilt toepassen. Wanneer de beslissing of overeenkomst van later dateert,zal deze fiscaal pas kunnen worden uitgevoerd vanaf het inkomstenjaar 2017.

Ook moet u de beslissing of de overeenkomst kunnen voorleggen als de fiscus daarom vraagt. ‘Dat is de reden waarom ouders die een feitelijk co-ouderschap toepassen geen fiscaal co-ouderschap genieten. Ze hebben het benodigde document niet’, zegt Bart Lombaerts van PwC Tax Consultants. ‘Ook wanneer kinderen fiscaal ten laste zijn van grootouders of zijverwanten kan fiscaal co-ouderschap niet worden toegepast. De regeling is er alleen voor ouders.’

Nieuw!

Nieuw vanaf dit aanslagjaar is dat fiscaal co-ouderschap er voortaan ook is voor kinderen ouder dan 18 jaar en voor ontvoogde minderjarige kinderen. In het verleden stopte het fiscaal co-ouderschap zodra de kinderen meerderjarig waren en kreeg de ouder bij wie het kind gedomicilieerd was de volledige toeslag op de belastingvrije som. Maar daar is dus verandering in gekomen: zolang het kind studeert of niet zelf in zijn levensonderhoud kan voorzien, blijft fiscaal co-ouderschap mogelijk.

‘Ondanks die nieuwe wetgeving zijn niet alle problemen van de baan. Een kind is altijd ten laste van één ouder en dat levert nadelen op voor de andere ouder’, zegt Lombaerts. ‘Die co-ouder ondervindt een nadeel als hij nog andere kinderen volledig ten laste heeft. De toeslag op de belastingvrije som stijgt immers met het aantal kinderen ten laste. De kinderen in een co-ouderschapsregeling die fiscaal ten laste zijn bij de andere ouder worden daar niet bijgeteld. Bovendien houdt de bedrijfsvoorheffing, die wordt afgehouden van het maandelijks loon, alleen rekening met de kinderen ten laste en niet met de kinderen in co-ouderschap.’

Op uw belastingaangifte zal u nergens de term ‘co-ouderschap’ vinden, wel ‘gelijkmatig verdeelde huisvesting’. Als u zelf de kinderen fiscaal ten laste hebt, dan vult u de code 1034 in, zoniet code 1036. Voor kinderen jonger dan drie jaar voor wie geen opvangkosten worden afgetrokken, zijn er de codes 1054 en 1058.

Neen, uw kind moet niet alleen bij u inwonen op 1 januari 2017, het mag ook maar beperkte inkomsten hebben. Hoeveel nettobestaansmiddelen uw zoon of dochter mag hebben, is afhankelijk van uw gezinssituatie:

Kinderen van gehuwden en wettelijk samenwonenden mogen maximaal 3.140 euro nettobestaansmiddelen hebben.

Een zoon of dochter van een alleenstaande of van feitelijke samenwoners kan tot 4.530 euro nettobestaansmiddelen hebben.

Voor gehandicapte kinderen van een alleenstaande of feitelijk samenwonende is dat 5.750 euro.

Zodra uw kind ook maar 1 euro meer bestaansmiddelen heeft dan dat plafond, verliest u het fiscale voordeel voor het hele jaar.

De tweede vereiste is dat uw kind daadwerkelijk met u samenwoont. De fiscus kijkt naar uw gezinssamenstelling op 1 januari 2017. Een baby geboren op 1 januari 2017 mag u voor het hele jaar fiscaal ten laste nemen. Een spruit die amper twee dagen later het levenslicht ziet, mag u in deze belastingaangifte niet opnemen. Het is geen probleem dat uw kind op kot zit of in het buitenland studeert, voor zover hij of zij nog steeds geregistreerd is op uw adres. Ook dan is het nog fiscaal ten laste.

Wat zijn bestaansmiddelen?

Alvast niet de wettelijke kinderbijslagen, het kraamgeld, de adoptiepremies of studiebeurzen. Ook inkomsten van minderjarigen uit beleggingen of vastgoed tellen niet mee doordat deze inkomsten worden aangegeven bij de ouders. Zodra het 18 jaar wordt, heeft het kind zelf de jaarlijkse verplichting een belastingaangifte in te dienen.

Voor de meeste jongeren is een (studenten)job de belangrijkste bron van inkomsten. Maar die verdiensten worden maar deels als bestaansmiddelen beschouwd: er wordt geen rekening gehouden met de eerste 2.610 euro verdiend met een gereglementeerde studentenjob. Bovendien worden alleen de netto-inkomsten van een baan aan de grensbedragen getoetst. Van de brutobestaansmiddelen mogen de kosten om die inkomsten te verwerven in mindering worden gebracht. Sowieso mag u een forfait van 20 procent inbrengen, zelfs als u geen kosten kan aantonen. Voor verdiensten uit een studentenjob, bezoldiging als werknemer en voor baten uit een vrij beroep mag u altijd een minimumkost van 440 euro verrekenen. In de veronderstelling dat een student geen andere inkomsten heeft dan een studentenjob, mag hij of zij 6.535 euro verdienen om ten laste te blijven van een gehuwde of wettelijk samenwonende ouder en 8.272,5 euro bij een alleenstaande of feitelijk samenwonende ouder.

Hoeveel onderhoudsgeld kan er worden betaald opdat een kind ten laste van zijn ouder blijft?

In de veronderstelling dat uw kind geen andere inkomsten heeft, is dat 7.065 euro als het ten laste is van een gehuwde of wettelijk samenwonende ouder en 8.802,5 euro bij een alleenstaande of feitelijk samenwonende ouder.

Voor zelfstandigen die hun kind willen laten bijverdienen in hun eenmanszaak is er nog een belangrijk aandachtspunt. Uw kind mag geen bezoldiging ontvangen die u inbrengt als beroepskosten. Als uw dochter tijdens de vakantie bijvoorbeeld meehelpt in uw winkel en u trekt haar loon af als beroepskosten, dan is uw dochter niet langer ten laste. Het bedrag van de bestaansmiddelen is van geen tel meer. Dit aandachtspunt is niet van toepassing indien u een vennootschap heeft.